In 2004 was Asscher nog fel tegen koppelen gegevensbestanden

In 2003 zat Lodewijk Asscher nog in de jury van de Big Brother Award, de prijs voor grove privacyschenders. In 2004 verzette de huidige minister van Sociale Zaken zich nog tegen het ministerie van Justitie dat steeds meer gegevens kon vorderen. Hij wees er in het Financieele Dagblad op dat ‘in de huidige informatiesamenleving vrijwel alle gegevens over iedereen hiermee binnen het bereik van justitie komen’. Anno 2014 is de PvdA’er verantwoordelijk voor de nieuwe wet, ingegaan per 1 september, die het mogelijk maakt alle gegevensbestanden te koppelen.

De wet is volgens minister Asscher bedoeld om fraudeurs op te sporen. Gemeenten, de Belastingdienst, de politie, het OM, het UWV, de Sociale verzekeringsbank hebben vanaf 1 september toegang tot zowat alle beschikbare digitale gegevens.

De lijst van gegevens is te lang om op te noemen, maar denk aan arbeidsgegevens, fiscale gegevens, zorgverzekeringsgegevens, onderwijsgegevens, schuldenlastgegevens, uitkerings-, toelage- en subsidiegegevens en pensioengegevens. De vroegere Asscher zou het ‘een nachtmerrie’ hebben genoemd, zoals hij in 2002 vergelijkbare Amerikaanse wetgeving veroordeelde in het magazine Netkwesties.

Als academicus promoveerde Asscher in 2002 op het onderwerp informatierecht. Hij wees destijds met name het gebruik van gegevens van niet-verdachten af. Hij wees daarbij op artikel 10 in de Grondwet* die onze privacy waarborgt. Dat deed hij in het PvdA-tijdschrift Socialisme & Democratie.

De Leidse hoogleraar Gerrit-Jan Zwenne denkt dat de wet van de huidige Asscher de vrees van de jonge Asscher rechtvaardigt. Volgens de hoogleraar is het risico van de huidige bestandskoppeling dat ‘iedereen wordt behandeld als verdachte. En het is veel moeilijker om aan te tonen dat je iets niet hebt gedaan, dan omgekeerd’. Iets waar Asscher destijds zo voor waarschuwde.

* Grondwet, Artikel 10

1. Ieder heeft, behoudens bij of krachtens de wet te stellen beperkingen, recht op eerbiediging van zijn persoonlijke levenssfeer.

2. De wet stelt regels ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer in verband met het vastleggen en verstrekken van persoonsgegevens.

3. De wet stelt regels inzake de aanspraken van personen op kennisneming van over hen vastgelegde gegevens en van het gebruik dat daarvan wordt gemaakt, alsmede op verbetering van zodanige gegevens.

(Bron: NRC Handelsblad, denederlandsegrondwet.nl)

Reageer (max. 100 woorden). Stevige taal mag, maar racistische en bedreigende reacties worden verwijderd.

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.