Valt er na vier jaar Rutte nog wat te kiezen?

De eerste keer dat de tegenpolen VVD en PvdA met elkaar in één kabinet zaten, was in Kok I tussen 1994 en 1998. Kok II volgde. Tot 2002, het jaar van de Fortuynrevolte. Na zeven jaar paars was er, tot frustratie van velen, eigenlijk nog maar één partij overgebleven: paars. De middenpartijen waren gaan samenklonteren. Na vier jaar Rutte is wellicht dezelfde conclusie te trekken.

PvdA, VVD en de constructieve oppositiepartijen kruipen zodanig dicht tegen elkaar aan, dat er in het midden nauwelijks nog sprake lijkt van een echte oppositie. Alleen de uiterste linker- en rechterzijde en wat one-issue-partijtjes lijken niet gevangen in belangenspaghetti van Rutte II. Is Den Haag weer één pot nat geworden?

Bij de verkiezingen in 2002 wonnen de LPF en het CDA van Balkenende. Met name de PvdA werd keihard afgestraft, net als D66. De sociaaldemocraten en democraten werden gehalveerd (PvdA: van 45 naar 23 zetels, D66 van 14 naar 7), de VVD verloor ook fors en viel terug van 38 naar 24 zetels. Volgens de huidige peilingen zou anno 2014 vooral de PvdA zwaar de klos zijn, de VVD veel minder. Net als toen.

In Elsevier analyseert commentator Syp Wynia dat er nu ook weer sprake is van depolitisering, zoals bij paars destijds. Volgens hem regeert er nog maar één partij in Den Haag: ‘de Rutte-partij’. Hij vraagt zich af: ‘valt er nog wat te kiezen?’. Wynia: ‘VVD-kiezers stemden voor lastenverlichting maar kregen lastenverzwaring en daarbovenop nivellering. PvdA-kiezers kozen voor behoud van wat ze zien als verworvenheden, maar raken die naar hun idee juist kwijt. Andere partijen verliezen hun profiel door als gedoogpartijen op te treden’.

Wynia waarschuwt: ‘Tegen het einde van het paarse tijdperk gingen kiezers steeds minder naar de stembus, omdat er volgens hen toch niets te kiezen viel. Toen Pim Fortuyn zich als alternatief aandiende, vlogen de opkomstcijfers na vele jaren omhoog. Ook nu zijn de opkomstcijfers weer aan het dalen. Voor de partijen die in 2014 vooropgaan in de depolitisering zou het een waarschuwing moeten inhouden’.

Wynia heeft een punt. Al zijn er natuurlijk ook grote verschillen tussen de kabinetten Rutte en Kok. Alleen al de omgeving. Zo bevond Nederland zich destijds in een economische bloeiperiode, hadden we geen banken- en eurocrisis achter de rug en speelde Europa nog drie toontjes lager. Maar er zijn zeker ook overeenkomsten. De belangrijkste is dat de kiezer nog maar drie smaken heeft: links, rechts of midden. Toen waren dat de SP, LPF en paars, nu de SP, PVV en de Rutte-partij.

(Bron: Elsevier)

Reageer (max. 100 woorden). Stevige taal mag, maar racistische en bedreigende reacties worden verwijderd.

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.