Rutte II heeft groot probleem als stevige economische groei uitblijft

Het kabinet ziet zichzelf graag als een hervormingskabinet, te vergelijken met Lubbers I en Balkenende II. Er is echter een groot verschil tussen Rutte II en de twee voorgangers: het tussentijds resultaat. Bij zowel Lubbers als Balkenende trok de economie na ongeveer twee jaar alweer aan, het zuur werd zoet. Rutte II heeft slechts vooruitzicht op een uiterst kwetsbaar groeitje van 1,25 procent.

Een cijfer dat in de afgelopen jaren, door het Centraal Plan Bureau regelmatig tussentijds neerwaarts werd bijgesteld. Ok, het begrotingstekort is teruggebracht tot ver onder de drie procent, maar dat komt vooral door een Europese boekhoudtruc, een nieuwe rekenmethode. Wanneer een stevige economische groei uitblijft, heeft Rutte II een gigantisch probleem.

Hervormingskabinetten startten in het verleden altijd stevig, om in de laatste fase van hun regeerperiode de teugels te laten vieren.

Lubbers I (CDA-VVD) trad aan in 1982 en ging direct rigoureus bezuinigen, privatiseren en loonmatigen. Dat deed pijn bij de kiezers, maar halverwege de regeerperiode herstelde de economie en vergaten ze, door de toegenomen koopkracht, de harde ingrepen van de voorgaande jaren. Lubbers werd met zijn CDA de grote winnaar van de verkiezingen in ’86.

Balkenende II (CDA, VVD, D66) ging ook fors bezuinigen en versoberen. Zo werden de VUT en het prepensioen afgeschaft. De WAO versoberd. Ook bij dit kabinet trok de economie halverwege de rit aan en kwam er meer ruimte voor overheidsinvesteringen, terwijl de koopkracht steeg. Balkenende werd in 2006 glansrijk herkozen.

En dan Rutte II. Er is bijna geen terrein te bedenken waarop dit kabinet niet hervormt. De zorg, woningmarkt, sociale zekerheid en het pensioenstelsel: Rutte zette er de tanden in. Het kabinet combineerde pijnlijke bezuinigingen met lastenverzwaringen.

De architecten, premier Rutte en PvdA-leider Samsom hopen nu vurig op economisch herstel zodat de koopkracht van de kiezers stijgt, zoals bij Lubbers en Balkenende. Maar dat gebeurt voorlopig niet. De koopkracht, volgens de ramingen, stijgt heel licht. Maar de werkeloosheid blijft hoog en het consumentenvertrouwen en de bedrijfsinvesteringen blijven fors achter. Vanaf 1 januari gaan bovendien veel burgers pas de pijnlijke maatregelen in realiteit ervaren.

Met name de PvdA vreest de provinciale statenverkiezingen in maart. Terecht. De hoge werkeloosheid, versoberingen in de zorg en stevige huurverhogingen vallen traditioneel niet lekker bij de PvdA-aanhang. Van de peilingen zal Samsom regelmatig gillend wakker schrikken.

Mochten de sociaal-democraten inderdaad fors verliezen, dan raakt de coalitie nog meer zetels kwijt in de Eerste Kamer. Constructieve oppositiepartij D66 wordt dan waarschijnlijk groter dan de coalitiepartner PvdA. Dat blijft niet zonder gevolgen binnen de PvdA en voor de samenwerking binnen de coalitie met de drie gedogers.

Economische voorspoed is de beste vriend van het duo Rutte-Samsom. Wanneer die vriend wegblijft tot maart, hangt Rutte II aan een zijden draadje.

(Bron: fd.nl)

Reageer (max. 100 woorden). Stevige taal mag, maar racistische en bedreigende reacties worden verwijderd.

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.