Provincie Brabant speelt bankje met overtollige honderden miljoenen

De provincie Noord-Brabant weet van gekkigheid niet wat te doen met de 4,7 miljard euro die de provincie verdiende aan een belang in, en later de verkoop van energiebedrijf Essent. Geef het terug aan het volk, vonden de Brabantse PvdA en SP. Maar dat ging niet door. Te populistisch, vond het College van Gedeputeerden. Er kwam een grondbank, het Ontwikkelbedrijf. Brabantse ambtenaren en politici als durfkapitalisten. En dat, zo weten we inmiddels, loopt zelden goed af. Door roekeloze investeringen van de Brabantse provincie-bank dreigen nu verliezen van honderden miljoenen, aldus weekblad De Groene.

Vanaf 1999 kwam een grote geldstroom naar de provincie op gang. Brabant werd voor een derde eigenaar van energiereus Essent en profiteerde fors van de grote winsten van dit bedrijf. In 2007 verkocht Essent het dochterbedrijf Kabelcom (voorloper van Ziggo) waardoor Brabant nog eens vierhonderd miljoen ving. Toen Essent in 2009 gedeeltelijke werd verkocht aan het Duitse RWE verdiende de Brabanders in een klap 3,1 miljard. En daarmee hield de geldstroom niet op.

Door beleggingen van een deel van de Essent-centen ontvangt de provincie jaarlijks nog honderden miljoenen. Als aandeelhouder in resterende energiebelangen komen ook nog eens honderden miljoenen binnen. In totaal staat de teller inmiddels op 4,7 miljard. Wat te doen met al dat geld?

Linkse partijen stelden voor de opbrengsten terug te geven aan de bevolking. Een PvdA-Statenlid stelde zelfs voor ‘boven op het dak te gaan staan en het geld in zakken uit te schudden, zodat het bij de burgers terechtkomt. De beste manier om het geld in de Brabantse economie te houden’. Ook de SP had hier wel oren naar. Maar de Brabantse overheid besliste anders.

Een groot deel van het geld, circa 650 miljoen is verdwenen, waarschijnlijk in de reguliere begroting. 750 miljoen werd in regionale economie en natuur- en culturele projecten gestoken en 2,5 miljard werd belegd. Daarnaast bedacht het provinciebestuur het Ontwikkelbedrijf. Een soort investeringsbank.

Deze Bank van Brabant realiseert naar eigen zeggen ‘ruimtelijke projecten van provinciaal belang’. Volgens de Groene zijn de doelen ‘erg breed en vaag geformuleerd’: stimuleren van de regionale economie, tegengaan van verrommeling van de ruimte, en beïnvloeding van waar mensen wonen, werken en recreëren. De provincie wil zich ontwikkelen van subsidieverstrekker naar investeerder en nog liever, naar ontwikkelaar, zegt de verantwoordelijke Gedeputeerde VVD’er Bert Pauli.

Pauli wil dat de stoffige bestuurslaag zich ontwikkelt tot snelle projectontwikkelaar en durfkapitalist, aldus de Groene. Met een terugverdientactiek. De miljoeneninvesteringen in onder meer innovatieve bedrijven, tuinbouwgrond, bedrijventerreinen, vliegtuigbouwer Fokker en bouwbedrijf Heijmans hebben hun rendement echter nog niet opgebracht. Sterker, inmiddels verloopt 80 procent van de investeringen van het Ontwikkelbedrijf moeizaam. De meeste projecten blijken bij nader inzien niet op te leveren wat men ervan verwachtte.

De provincie Brabant speelt bankje. Los van het risico door de EU van staatssteun te worden beschuldigd, is er ook sprake van een dubbele pet. De politiek en ondernemer zitten op dezelfde stoel en dat is zeer onwenselijk. De provinciale politiek bepaalt en de provincie/investeerder verdient eraan. De consequentie van de ‘terugverdientactiek’.

Is er echt geen andere manier om de miljarden nuttig te besteden? Heeft Brabant geen behoeftige zorginstellingen, scholen of ondernemers en burgers? Mooie bestedingsdoelen, zou je zeggen. Ook zonder ‘terugverdientactiek’. Maar waarschijnlijk is dat niet sexy genoeg voor de ‘snelle’ gedeputeerden.

Sexy of niet, risicovol ondernemen met publiek geld is vragen om ongelukken. Dat leren de verschillende schandalen in de vastgoed, zorg, financiële wereld en wooncorporaties ons nog dagelijks.

(Bron: De Groene Amsterdammer)

Reageer (max. 100 woorden). Stevige taal mag, maar racistische en bedreigende reacties worden verwijderd.

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.