Zorgstelsel bestaat acht jaar, en is faliekant mislukt

Marktwerking is ver te zoeken

Marktwerking was in 2006 nog in de mode en dús moest ook de zorg er aan geloven. Het is alweer acht jaar geleden dat het nieuwe zorgstelsel door VVD-minister van Volksgezondheid Hans Hoogervorst werd geïntroduceerd. De regie kwam bij de zorgverzekeraars, de overheid nam afstand. Weekblad De Groene deed onderzoek naar de gevolgen van het stelsel anno 2014. De niet malse conclusie: ‘Zorgverzekeraars zwemmen in de reserves, de burger is een derde duurder uit en de sector viel ten prooi aan bureaucratische chaos’. Ook van de voornaamste doelstelling kostenbeheersing kwam niets terecht. Verbetering zit er voorlopig niet in.

De uitgaven voor medisch-specialistische zorg stegen vanaf 2006 met een derde. Stel, de kosten waren beheerst, de nullijn vastgehouden, dan had Nederland 25 miljard euro bespaard. Ondertussen stegen gedurende die acht jaar de kosten voor de burger ook met een derde. De verzekeraars verhoogden elk jaar de zorgpremie en de politiek het verplicht eigen risico. De zorg en de burger zijn overgeleverd aan de zorgmarkt.

De marktwerking geldt voor de zorgverzekeraars zelf een heel klein beetje. Ze geven jaarlijks weliswaar een half miljard uit aan reclame en marketing, van échte marktwerking kunnen we onmogelijk spreken. Er zijn bijvoorbeeld verschillende overheidsgaranties waardoor risico’s en verliezen worden gedekt. Zorginstellingen nemen ook een deel van de risico’s op zich. En de overheid stelt jaarlijks nog eens één a twee miljard euro beschikbaar voor de vergoeding van al te dure medicijnen. Een meer stabiele inkomstenstroom dan die van de verzekeraars is niet denkbaar.

Er is nauwelijks sprake van concurrentie. Alle volwassen Nederlanders zijn verplicht een zorgverzekering af te sluiten. Er is dus min of meer sprake van gedwongen winkelnering. Het overgrote deel van de verzekerden is aangesloten bij een van de vier grote verzekeraars, die door fusies en overnames zijn ontstaan. Samen verdelen die circa 90 procent van de ‘markt’ en zijn ze oppermachtig. Dat er maar beperkte concurrentie is, blijkt ook uit het feit dat er sinds 2006 geen enkele nieuwe zorgverzekeraar is bijgekomen.

Waar échte marktpartijen ook alleen maar van kunnen dromen is de bijdrage uit het zorgverzekeringsfonds, dat wordt gevuld door de belastingbetaler. Gemiddeld gaat 95 procent van deze pot terug in de zorg, vijf procent komt in de kassa van de verzekeraar. Op een totale omzet van 38 miljard euro in 2012 bleef dus twee miljard hangen bij de zorgverzekeraars. Fijn ondernemen zo.

Verzekeraars leggen ondertussen grote reserves aan. Die rijzen inmiddels de pan uit. Waarom doen de verzekeraars dat? Is het als voorbereiding op de nieuwe AWBZ-financiering die vanaf 2015 voor rekening van de verzekeraar komt? Of omdat De Nederlandsche Bank het eist? Of ter voorbereiding op een grote ramp? Alledrie een beetje waar. Maar de grootste reden vormt het feit dat de reserves worden belegd. En dat is de meest ongrijpbare factor in de jaarresultaten. In 2008 verloren de verzekeraars een half miljard op de beurs door de kredietcrisis. De extra reserves vormen een buffer daarvoor.

Dan de kwaliteit van de zorg. Die zou er al acht jaar op vooruit zijn gegaan, aldus een van de doelstellingen in 2006. Zou kunnen. We weten het niet. Ook de verzekeraars niet. Die hebben namelijk maar een zeer beperkt zicht op de prijs/kwaliteitsverhouding van ziekenhuizen. Sowieso vormen de basis van de kostenberekeningen een ‘science fiction van big data, fictieve tarieven en virtuele patiëntengroepen’. De normbedragen voor de normbehandelingen komen uit een koker van rekenmeesters maar blijken vaak niet aan te sluiten bij de praktijk. De Groene schrijft over ‘een spiegelpaleis vol vertekeningen, illusies en kafkaëske bureaucratisering’.

De Groene komt tot de conclusie dat de zorgverzekeraars hun regierol eigenlijk niet aankunnen. Tot 2006 waren zij de administrateurs van de zorg. ‘De politiek promoveerde hen tot directie van het zorgconglomeraat zonder ze meetbare targets te geven, zonder tijdschema, zonder duidelijke beloningen of sancties’, aldus het blad. ‘Het is misschien niet vreemd dat ze, al rondtastend, aanvankelijk op een defensieve koers belandden van machtsconcentratie, rigide bureaucratisering en oppotten. Het is hun wel te verwijten dat ze die koers zo lang aanhielden en hun regietaken zo tergend langzaam ter hand namen’, concludeert de Groene.

De politiek is veel te verwijten. ‘Een regering die een voetsoldaat zó licht bewapend tot generaal bombardeert, neemt grote risico’s.’ De politiek staat aan de zijlijn. Het blad sprak met tientallen zorginkopers en medisch adviseurs van verzekeraars, met ziekenhuisdirecties, artsen en wetenschappers maar vond geen enkel Tweede Kamerlid bereid. Niet één achtte zich in staat over het ingewikkelde zorgstelsel te praten.

3 Reacties op Zorgstelsel bestaat acht jaar, en is faliekant mislukt

  1. Vieze graaiers en profiteurs. Ik hoop dat ze in een hiernamaals echt een ontzettend teringleven hebben. Zoals ze bij veel andere gezinnen proberen te creeeren.

  2. Hans Hoogervorst, de grote verzieker van het ooit mooiste bestaande zorgstelsel welke er bestond in de hele wereld, hij liet het in elkaar storten door luiheid en is verantwoordelijk voor de chaos die er nu bestaat in de zorg. Letterlijk zei hij ” het ziekenfonds is inefficiënt”. Hij had toen de verantwoordelijkheid als bewindvoerder moeten hebben, om het met zijn luie inzet, wederom efficiënt te maken. Het is is overigens typisch VVD, om moeizaam opgebouwde zekerheden te verpletteren…

Reageer (max. 100 woorden). Stevige taal mag, maar racistische en bedreigende reacties worden verwijderd.

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.