PVV-Kamerleden met omstreden Prinsenvlag op revers

PVV vond vlag in 2011 nog 'besmet door de NSB'

Verschillende PVV-Kamerleden droegen vandaag de oranje-blanje-bleu, de omstreden Prinsenvlag op hun revers. De Kamerleden Martin Bosma, Reinette Klever, Machiel de Graaf en Harm Beertema droegen het speldje. De vlag is zwaar omstreden en met name in rechts extremistische kringen populair. Het oranje-wit-blauw was volgens de NSB in de jaren dertig de enige Nederlandse vlag en inspireerde ook de Afrikaners in Zuid-Afrika bij het maken van hun vlag.

PVV-leider Wilders sloeg woensdag op tilt toen D66-leider Pechtold hem verweet dat hij geen afstand had genomen van rechtsextremisten die aanwezig waren op de PVV-demonstratie in Den Haag 21 september. Hij noemde Pechtold daarop  ‘zielig en miezerig’. ‘Ik word hier door de heer Pechtold ongeveer voor een halve nazi uitgemaakt, net als mijn achterban’, tierde Wilders. ‘Ik laat niemand insinueren dat wij iets met extreem-rechts of met nazi’s hebben.’

De Prinsenvlag, de vlag van de orangisten tijdens de Tachtigjarige Oorlog, kreeg in sommige kringen in de jaren 30 een herwaardering. Er waren bij alle partijen voor- en tegenstanders maar alleen de NSB koos unaniem voor het oranje-blanje-bleu. Koningin Wilhelmina ondertekende in 1937 een Koninklijk Besluit waarmee de kleuren rood-wit-blauw werden vastgesteld als de kleuren van de Nederlandse vlag.

In 2011 werd de vlag verwijderd uit de werkkamers van de PVV in het Kamergebouw. Destijds gaf de partij als reden dat de vlag ‘helaas besmet is door de NSB’.

(Bron NRC Handelsblad)

Reageer (max. 100 woorden). Stevige taal mag, maar racistische en bedreigende reacties worden verwijderd.

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.